29 maart 2016

Bijbelstudie Marcus 5: Twee ontmoetingen met Jezus

Marcus 5:21-43
Toen Jezus weer met de boot was overgestoken, verzamelde er zich een grote menigte bij Hem, en Hij bleef aan het meer. Een van de leiders van de synagoge, die Jaïrus heette, kwam naar hem toe, en toen hij Jezus zag viel hij aan Zijn voeten neer. Hij smeekte Hem dringend: ‘Mijn dochter ligt op sterven; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft’. Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde hem en verdrong zich om Hem heen. Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruit gegaan. Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn bovenkleed van achteren aan, want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden. En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze voorgoed van de kwaal genezen was. Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht uit Hem was weggestroomd. Midden in de menigte draaide Hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: ‘U ziet dat de menigte zich om U verdringt en dan vraagt U: ‘Wie heeft Mij aangeraakt?’ Maar Hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had. De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar Hem toe en viel voor Hem neer en vertelde Hem de hele waarheid.  Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede en wees genezen van uw kwaal’.
Nog voor Hij uitgesproken was kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’ Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘ Wees niet bang, maar blijf geloven.’ Hij stond niemand toe om met hen mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen. Hij ging naar binnen en zei tegen hen: ‘ Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ Ze lachten hem uit. Maar Hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en de moeder van het kind en de leerlingen die bij hem waren de kamer van het kind binnen. Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talitha koem!’ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’ Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen. Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar te eten moesten geven.

 Vragen:
– Wat valt je op aan dit gedeelte?
– Welke les(sen) leer jij uit dit gedeelte?
– Welke tegenstelling zie je in dit verhaal tussen de bloedvloeiende vrouw en Jaïrus?

Uitwerking:

Wanneer we beginnen met lezen in Marcus 5, dan vallen we midden in het leven van Jezus. Jezus is inmiddels opgegroeid en is begonnen met zijn ‘bediening’. Hij trekt rond door Galilea, geeft les aan de mensen en doet wonderen en tekenen. Veel mensen trekken met Jezus mee, zoals je ook kan lezen in het begin van dit Bijbelgedeelte.

In dit Bijbelgedeelte lezen we dat Jezus ontmoetingen heeft met twee personen. Ten eerste heeft Jezus een ontmoeting met één van de leiders van de synagoge van Kapernaüm. Zijn naam is Jaïrus. Daarnaast heeft Jezus een ontmoeting met een vrouw.

Ik vind het erg interessant hoe deze ontmoetingen tot stand komen. Beide situaties lijken misschien op elkaar, maar er zijn ook verschillen tussen beide. Bij de genezing van het dochtertje van Jaïrus is het Jezus, die naar zijn huis toekomt. De andere situatie is dat de bloedvloeiende vrouw naar Jezus toe komt. Een belangrijk verschil. Laten we beginnen met de ontmoeting tussen Jezus en de vrouw.

Over de vrouw is niet zo veel bekend. We weten niet haar naam. Wat we wel weten is dat ze er slecht aan toe is. Zij is ernstig ziek en lijdt al 12 jaar aan bloedverlies. Volgens de Joodse wetten was je dan onrein en mocht niemand je aanraken en zij mocht anderen ook niet aanraken.

Wat daarnaast zo bijzonder is aan haar, is haar geloof. Zij was vol geloof dat Jezus haar kon redden. Zij had over Hem gehoord en geloofde: Jezus kan mij genezen! Als ik maar bij Hem ben en Hem kan aanraken.

Door de grote menigte mensen heen, worstelde ze zich naar voren. Naar voren, naar Jezus toe. Hoe zou dat eruit gezien hebben? Mensen kenden haar, ze keken vast vreemd op, toen ze zich naar voren worstelde. Is dat niet die vrouw die al 12 jaar lijdt aan bloedverlies? Misschien kreeg ze opmerkingen naar haar hoofd. Misschien werd ze tegengehouden en tegengewerkt. Maar ondanks alles, was ze vastberaden. Ik moet naar Jezus toe! Bij Hem wordt ik genezen. Wat een geloof: ‘Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden’. Ze worstelt zich verder en dan raakt ze Jezus aan. Direct is ze genezen. Haar geloof had haar gered en genezen. Ondanks alle belemmeringen, al het lijden wat ze de afgelopen jaren mee heeft gemaakt, was ze vastberaden. Ze ging door en uiteindelijk werd ze genezen.

Dan hebben we ondertussen ook nog de leider van de synagoge, Jaïrus. Hij had Jezus gevraagd of Jezus dringend naar zijn huis kon gaan, omdat zijn dochtertje ernstig ziek was en zou sterven. Hoe zou hij zich gevoeld hebben, toen Jezus de vrouw genas? Zou hij niet willen dat Jezus zo snel mogelijk naar zijn huis zou komen?

Jezus is het kind niet vergeten. Jezus zegt: ‘wees niet bang, maar blijf geloven’. Wanneer Jezus bij het huis is gekomen, pakt Hij haar hand vast. Dit is overigens zeer bijzonder, aangezien volgens de Joodse wetten je doden niet mocht aanraken. Maar Jezus is de koning over leven en dood en raakt haar aan. Er is contact. Direct komt er leven in haar en staat ze op!

Jezus heeft twee ontmoetingen. Bij de ene ontmoeting gaat Jezus naar Jaïrus toe. Bij de andere ontmoeting komt de vrouw naar Jezus toe. Herken jij je in één van de situaties?

Misschien zit je in een moeilijke periode. Een periode met tegenslag en waar je op zoek bent naar God. Ik hoop dat de getuigenis van de vrouw je helpt. Een verhaal van doorzetten en volharden, vanuit het geloof dat Jezus leeft en redt!

Misschien herken je wel dat Jezus naar je toe komt of naar je toe is gekomen. Je hebt hem mogen ontmoeten in deze periode. Ik hoop dat je door het getuigenis van Jaïrus verder mag leren over wie God is. Jaïrus leerde om te vertrouwen op God. God gaat door met Zijn werk. Hij laat niet varen wat Zijn hand begon. Bouw je leven verder op Hem. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven!

Terug